You need to upgrade your Flash Player This is replaced by the Flash content. Place your alternate content here and users without the Flash plugin or with Javascript turned off will see this. Content here allows you to leave out noscript tags. Include a link to bypass the detection if you wish.

Home
Expositie
In het museum
Contact
Sitemap
Nieuws
Nieuwsbrief
Zoeken
In dank aanvaard

Overzichtstentoonstelling van schenkingen gedaan aan de Stichting Nationaal Sleepvaart Museum te Maassluis

Het prille begin

hendrikIn 1979 werd de eerste tentoonstelling in het Nationaal Sleepvaart Museum gepresenteerd. De mannen die toen de expositie maakten waren echte pioniers, want het museum bezat niets. Men moest met uitsluitend geleend materiaal en met zaken uit bescheiden privé-collecties een beeld zien te geven van de nationale sleepvaart van toentertijd en in het verleden.

Het museum beschikte over ongeveer de helft van de huidige oppervlakte. Dat betekende in ieder geval een verlichting van de taak, vergeleken met die van de hedendaagse tentoonstellingsmakers. Anderzijds hadden de heren A. Roest uit Delft en A. Priester uit Maassluis, want zij waren de mede-initiatiefnemers en initiators van exposities in die tijd, te maken met het feit dat nog niemand het museum kende en men dus aarzelend zaken tijdelijk in bruikleen afstond.

Men twijfelde zelfs eraan of het museum wel een succes zou worden en doemdenkers dachten dat ‘het verschijnsel’ binnen een paar jaar wel weer tot het verleden zou behoren.

Het Maritiem Museum Prins Hendrik, thans Maritiem Museum Rotterdam, was bereid een aantal oude vitrines af te staan en enkele scheepsmodellen tijdelijk ter beschikking te stellen. De diverse Nederlandse maatschappijen en werven op sleepvaartgebied bleken in ieder geval bereid hun steentje in de vorm van tentoonstellingsmateriaal bij te dragen. Weliswaar zou dat na verloop van tijd weer moeten worden teruggegeven, maar in elk geval was er iets om aan de bezoekers te laten zien. Public relations managers van de grote sleepvaartondernemingen verleenden hand- en spandiensten, waardoor zowel verleden als heden in getoonde beelden goed uit de verf kwamen. Leden van de toen nog prille vereniging van sleepvaart-enthousiasten “Lekko” timmerden presentatieborden en haalden overal lijsten vandaan, plakten foto’s op hardboard en maakten met simpele schrijfmachines verklarende teksten onder de tentoongestelde platen. De eerste suppoost, Mink van de Polder, had zelf als matroos en bootsman op sleepboten en suppliers gevaren, dus was hij de eerste die uit de losse pols, maar met een gedegen achtergrond , toelichtingen kon geven.

In dat eerste jaar 1979 kwamen bijna 10.000 bezoekers naar Maassluis om de wisselexposities te bekijken. Dat betekende een ongekend succes waar het bestuur onder leiding van voorzitter  Ir. G. Langelaar Gzn. op kon voortborduren. In het tweede jaar werden met succes andere sleepvaartliefhebbers aangezocht om het team Roest/Priester te versterken. Hun ambitieuze aanpak om elke drie maanden een wisseltentoonstelling te maken bleek iets te hoog gegrepen, want de beide heren deden alle voorbereidingen in hun vrije tijd, hetgeen teveel druk op deze en de andere vrijwilligers bleek te leggen. De wisselexposities werden daarom door een nieuw team vanaf 1980 elk half jaar vernieuwd. Die stap was, tegen de verwachting in, nauwelijks van invloed op de bezoekersaantallen, al werd het voor een dergelijk museum gigantische aantal van het eerste jaar, voorlopig niet meer overtroffen.

De nieuwe tentoonstellingsbouwers gingen voortvarend te werk en hamerden er op dat gezorgd moest worden voor een eigen collectie scheepsmodellen, schilderijen, foto’s, vitrines, curiosa en andere zaken als goede verlichting, die voor een zichzelf respecterend museum huns inziens nu eenmaal onontbeerlijk waren.  De museale collectie foto’s bestond uit een schoenendoos vol met briefkaartfoto’s en dat was beslist te weinig. Scheepsmodellen bezat het museum aanvankelijk helemaal niet, zodat de geleende modellen bij de wisseling van exposities alleen van de ene zaal naar de andere werden verplaatst en er een paar tijdelijk konden worden bijgeleend. Dat kon zo niet blijven. Men ging naarstig op zoek naar amateur-modelbouwers en er verschenen twee nota’s verwervingsbeleid om prioriteiten te stellen bij het laten bouwen van modellen.

Opbouw van een eigen collectie

hummbirdBezoeken werden afgelegd aan rederijen, aan werven, aan musea en andere instellingen, die over fraai fotomateriaal beschikten. Op amateuristische wijze werden van hun foto's reproducties gemaakt, die echter best gezien mochten worden. Heden ten dage zou een dergelijke exercitie niet meer zo eenvoudig zijn, want professionele musea hebben strikte voorwaarden gesteld aan het ter beschikking stellen van reproducties of bijvoorbeeld afdrukken van glasplaatnegatieven, niet in de laatste plaats in financieel opzicht, zodat die weg voor de kleinere musea moeilijk begaanbaar is geworden. Ook voor geïnteresseerde particulieren is het uiterst kostbaar geworden originele opnamen te bemachtigen, want de beheerders van archieven willen graag iets verdienen aan het ter beschikking stellen van hun collecties. Terzijde moet worden opgemerkt dat het sleepvaartmuseum zich in voorkomende gevallen naar andere musea uiterst welwillend en in financieel opzicht zeer bescheiden opstelt.

Oude jaarverslagen geven een getrouw beeld van hetgeen vanaf het prille begin aan het museum werd geschonken of in langdurig bruikleen werd afgestaan. De activiteiten van de tentoonstellingsbouwers leidden ertoe dat steeds meer particulieren en instellingen vertrouwen kregen in de continuïteit van het museum of het een eer vonden dat hun materiaal geschikt bleek om te gebruiken bij exposities. Enkele van die welwillende mensen of bedrijven moeten beslist worden genoemd. Zo was bij voorbeeld Hans Teunissen, zoon van de bekende fotograaf uit Maassluis, bereid belangeloos affiches te tekenen. Zijn werk was al met regelmaat in maritieme bladen als ‘De Blauwe Wimpel‘ en ‘Lekko’ te zien en had zeker een meer dan presentabel niveau. Bovendien kon hij negatieven lenen die zijn vader vanaf ruwweg 1947 van sleepboten had gemaakt in opdracht van sleepvaartmaatschappijen. Van dat 6x6 zwart/wit materiaal mochten fraaie afdrukken worden gemaakt. Dat gebeurde trouwens in eigen beheer, want afdrukken op groot formaat laten maken was in de jaren tachtig van de vorige eeuw een kostbare operatie. Hans' plaats werd, toen hij - menselijker wijs gesproken helaas veel te vroeg -  plotseling overleed, ingenomen door Ria van Meurs uit Schiedam en nog later door Hans Breeman uit Rotterdam.

Europoortsleepbootkapitein Piet van Roon had, en heeft nog steeds, een bijzonder talent om scheepsmodellen te maken. Zijn werkgever maakte graag met regelmaat gebruik van zijn inventiviteit om met weinig middelen fraaie modellen te maken. Met name Piet is begonnen het museum een eigen collectie scheepsmodellen te bezorgen en vult die verzameling thans nog steeds met regelmaat aan. Treffend voorbeeld is zijn model van de Zwarte Zee (III) in oorlogsuitvoering dat met de meeste zorg werd opgebouwd. Er waren weliswaar bouwtekeningen van het schip in commerciële outfit, maar niet in de vorm zoals het vaartuig er tijdens de Tweede Wereldoorlog uitzag. De schaarse foto’s uit de periode 1940-1945, soms afkomstig uit Londen, moesten voor duidelijkheid zorgen. Het heeft bijvoorbeeld lang geduurd voordat men de juiste positie van het geschut op de bak kon vaststellen. Het betreffende model werd aan het museum geschonken door Drs. C. de Haas, die op deze manier zijn erkentelijkheid tot uitdrukking bracht voor de museale hulp bij het door hem, in samenwerking met publicist Dick Pilkes, geschreven boek over de vier sleepboten die ooit de naam Zwarte Zee droegen.

In 1985 werden foto’s verkregen van professionele fotografen als Pim  Korver en de in Maassluis bekende Wim van der Stelt. Beide heren (laatstgenoemde anno 2009 zelfs hoogbejaard) spannen zich desgevraagd nog steeds voor het museum in. Zo zorgde Pim  Korver voor fraai fotowerk ten behoeve van de expositie over Smit-Lloyd, die in 2008/9 te zien was.

Tot de amateurs van het eerste uur die welwillend fotowerk  ter beschikking stelden behoorden de heren H. Ros uit Maassluis, toen nog marconist op sleepboten, maritiem auteur G.J. de Boer uit Amstelveen, R. & F. van der Hoek fotografen uit Lekko-kringen, de heren J. Blom uit Rotterdam, H. Marijs uit Veenendaal, J. v.d. Bosch uit Maassluis, (allen toen werkzaam bij sleepvaartondernemingen) H.A. Redelaar uit Winschoten, I.C. Pals uit Terschelling, P. v.d.Hoff uit Maassluis en vele anderen.

Soms komt historisch materiaal uit onverwachte hoek. In 1986 was het mevrouw I. Schippers, kleindochter van de Maassluise Smit-kapitein B. ’t Hart, die het museum met een bezoek vereerde. Haar grootvader voer in de periode 1940-1945 op de toen nog vrijwel nieuwe sleepboot Thames. Mevrouw Schippers bracht een familiealbum mee en enkele documenten, waarvan reproducties mochten worden gemaakt.

Korte tijd later kwam een man het museum binnen, die een foto aan de dienstdoende hulpsuppoost afgaf met de mededeling: ‘daar zullen jullie wel belangstelling’ voor hebben. Het bleek een foto van de sleepboot Hollander te zijn, die aan het begin van de vorige eeuw voor de Internationale Sleepdienst Maatschappij heeft gevaren. Er was tot die tijd maar één afbeelding van dit vaartuig bekend en dat was meer een tekening dan een foto. Het schip is in 1905 onder Engelse vlag vergaan dus de schaarste aan fotomateriaal van deze historische sleepboot is verklaarbaar. De kleine, maar haarscherpe foto mag gerust als een kleinood worden gekwalificeerd. Via oproepen in kranten is vergeefs geprobeerd de schenker te achterhalen. We mogen zonder meer stellen dat ook in dit geval geldt: ‘In dank aanvaard’. De titel voor de huidige expositie was daarom dit keer niet zo moeilijk om te verzinnen.

Wisselexposities en hun gevolgen

kigoriaBij iedere wisseltentoonstelling werd de collectie van het museum uitgebreid. Soms zijn het schilderijen, soms foto’s of andersoortige realia. Bij de gekozen thema's werd geprobeerd toepasselijke modellen te vinden en waren die er niet, dan moesten ze maar worden gemaakt. Zo werd er in  november 1985  de expositie “In touw in de tropen” gepresenteerd, die ging over de sleepvaart in het toenmalige Nederlands Indië. De sleepboten van de Nederlandsch Indische Steenkolen Handel Maatschappij, kortweg NISHM, werden voor 1940 zonder uitzondering op Nederlandse werven gebouwd. Veelal voeren ze onder eigen stoom naar de Oost, soms de een de ander slepend om brandstof te besparen. De bouwwerven bleken geen modellen van de slepers die voor de Tweede Wereldoorlog waren gemaakt beschikbaar te hebben, wel nog enkele foto's en technische tekeningen. Op basis van die laatste gegevens werd door de heer A. Schneider te Schiedam een model van de sleepboot Kraus gemaakt, dat het pronkstuk van de tentoonstelling zou zijn.

De expositie ‘Slepen op de Schelde’(I) zou nooit gerealiseerd kunnen zijn zonder de hulp van de heer Jaap Heijliger uit Middelburg en zijn groep mensen die de Zeeuwse sleepvaart waren toegewijd. Jaap was een liefhebber van het eerste uur, die al vanaf eind jaren veertig sleepboten bezocht, hun belevenissen volgde en bovendien ook nog foto's maakte. Hij wist van particulieren die scheepsmodellen hadden gemaakt, waarop hun vaders of grootvaders voeren. Die modellen mochten worden geleend. Uit Zeeuwse archieven en privéverza-melingen haalde hij het meest aansprekende fotomateriaal, waardoor de expositie een succes werd en later nog eens in Terneuzen werd opgebouwd.

Jaap Heijliger was ook de man die zijn schouders onder het zgn. ‘Ebro-project’ zette. Door sportduiker Jan Plat was het wrak van de sleper herontdekt, die in 1958 bij een poging tot assistentie aan de met stranding op de Banjaardsbank bedreigde vrachtvaarder Lindekerk zelf helaas op die bank ten onder ging. Door de Oosterscheldewerken was de stroming voor de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden veranderd en was het zand rond het casco van de oude stoomsleper weggespoeld. Jan Plat belde het museum met dit gegeven. Vanuit het museum werd Jaap Heijliger gewaarschuwd en hij was het die het van Smit Tak gedaan kreeg het Ebrowrak te lichten, omdat “men toch die locatie zou passeren” op weg naar Rotterdam. Dat de Taklift 4 niettemin 3 dagen met het karwei bezig zou zijn omdat de romp van de Ebro veel meer zand bleek te bevatten dan tevoren was voorzien, was voor Jaap een extra reden om zeer erkentelijk te zijn. Helaas zijn de restanten van hetgeen ooit de laatste stoomsleper van Smit was na twee jaar van verwoede restauratiepogingen van de mannen van de ‘Stichting Zeesleepboot Ebro’ toch op de wal bij Vlissingen gesloopt. Het schip was te ver heen om succesvol te kunnen herstellen. Een nieuwe Ebro bouwen zou voordeliger zijn geweest dan het gelichte wrak in oude staat herstellen. Jaap is helaas aan het einde van het traject de betreffende stichting af te bouwen overleden. Voorwerpen uit de Ebro zijn naar Maassluis gekomen en  Jaaps weduwe heeft in 2009 de gehele maritieme collectie van haar echtgenoot aan het museum geschonken. Bijna 40 (!) verhuisdozen met uiteenlopend materiaal werden ‘in dank aanvaard’.

Een groot succes en een blijk van vertrouwen was de komst van belangrijke delen van het Smit-archief naar het Maassluise museum. Op een gegeven moment moest het archief van die beroemde sleepvaart- en bergingsonderneming, waarvan de bakermat in Alblasserdam is te vinden, maar de zeesleepboten tot in de jaren tachtig Maassluis tot thuishaven hadden, uit een vochtig pand in Rotterdam worden verwijderd. Dat betrof niet alleen foto's en technische tekeningen, maar ook een reeks journalen van bijna alle zeeslepers, die ooit onder Smit-vlag hadden gevaren. De museale medewerkers, waaronder niet in de laatste plaats Koos Toussaint, wisten de directie van Smit ervan te overtuigen dat Maassluis de beste plaats was om het geheel uit te zoeken, te ordenen en verantwoord op te bergen. Uit de geweldige hoeveelheid materiaal kon dankbaar worden geput voor de in de loop van de tijd gepresenteerde tentoonstellingen “Thuishaven Maassluis”, “150 jaar Smit” en “Smit-archief”. Andermaal ‘In dank aanvaard’ dus.

Het zeer gewaardeerde gebaar van Smit had mede tot gevolg dat ook concurrent Wijsmuller tot de slotsom kwam dat hun PR-archief in Maassluis op de juiste plaats zou zijn, daarmee het nationale karakter van het museum benadrukkend. Daarna volgde nog het archief van W.A. van den Taks Bergingsbedrijf (later Smit Tak en Tak Marine), niet in de laatste plaats dankzij de inspanningen van oud-directeur A. Lokker. Recentelijk werd toegezegd dat het bergingsarchief van Wijsmuller, thans Svitzer Ocean Towage en als zodanig nog steeds verbonden aan het Nationaal Sleepvaart Museum, ook nog naar Maassluis zal komen. Het is daarom niet zo vreemd dat het museum externe ruimte nodig heeft om alles op te slaan en uit te zoeken. Van het thans beschikbare fotowerk is al meer dan 90 % gedigitaliseerd, een feit waar weinig maritieme musea op kunnen bogen. Peter van Meurs samen met Frea van der Hoeven, mogen als belangrijkste vrijwillige werkers in verband met deze krachttoer best eens worden genoemd. Ook Gerard Fransen heeft, later samenwerkend met een complete ICT-groep van het museum, een aanzet gegeven, die niet mag worden onderschat.

Scheepsmodellen in de huidige tijd

magicHoe zit het met de huidige stand van zaken ten aanzien van de scheepsmodellen? Anno 2009 heeft het museum een eigen bezit van meer dan 100 modellen van sleepboten, zwaar transportschepen, pontons, offshore- en bergingsvaartuigen. Daarnaast zijn er nog enkele tientallen in langdurig bruikleen. Nog steeds wordt gewerkt aan de uitbreiding van de collectie want de ontwikkelingen in de sleepvaart staan nooit stil. Zo heeft bijvoorbeeld de sleepvaartonderneming Fairmount Marine B.V. in het  eerste decennium van deze eeuw een zestal zeer krachtige sleepboten laten bouwen. De directie van het in Rotterdam gevestigde bedrijf, dat een paar jaar geleden in Franse handen kwam, ondersteunt het museum en heeft niet zo lang geleden een fraai model van een van haar nieuwe slepers geschonken. Overigens wachtte in 2009 het bedrijf een belangrijke, eervolle en tegelijk treurige taak. De rederij kreeg opdracht van de Franse overheid om met hulp van Amerikaanse apparatuur naar de zwarte doos van het in de oceaan bij Brazilië neergestorte Franse toestel te zoeken. De meer dan riante ruimte op de werkdekken en de bunkercapaciteit van de schepen, die het toestaan meer dan 40 dagen op zee te blijven, waren belangrijke factoren waardoor de opdracht aan hen gegund werd.

International Transport Contractors, een Nederlands sleepbedrijf dat in Heemstede is gevestigd, zorgde voor een model van haar Seawind-klasse slepers. Enkele jaren geleden kwamen de zeer zware sleepboten Typhoon en Tempest, ooit gebouwd voor Wijsmuller en later varend voor SmitWijs, in bezit van deze maatschappij. Mede dankzij een initiatief van de museumstaf werd een aangekocht maar weinig gedetailleerd model van een van de slepers, door  meestermodelbouwer Piet van Roon, omgetoverd tot een zeer gedetailleerde Tempest in rood/oranje ITC-kleuren. Het staat nu in bruikleen te pronken in onze zeezaal.

Multraship B.V., gevestigd te Terneuzen, is een maatschappij op sleepvaart- en bergingsgebied met een rijk historisch verleden. Het bedrijf is voortgekomen uit de sleepvaartonderneming Willem Muller. Na een transformatie is het bedrijf in enkele decennia omgevormd tot een van de belangrijkste spelers op de Zeeuwse wateren en breiden de activiteiten zich uit tot in Roemenië toe waar een paar jaar geleden een dochteronderneming werd opgericht. Kees Muller, die de directie van het bedrijf inmiddels aan zijn zoon Leendert heeft overgedragen, heeft er persoonlijk voor gezorgd dat een model van een van de schepen   van zijn rederij naar Maasluis kwam.

Damen Shipyards is ongetwijfeld de belangrijkste Nederlandse scheepwerf geworden op het gebied van sleepboten en zeker niet alleen op dat gebied. Op de vele (buitenlandse) werven die in de loop der jaren werden ingelijfd, worden in seriebouw zgn. standaardsleepboten gebouwd van uiteenlopende types. Soms worden de casco’s naar Gorinchem gesleept om daar op de werf te worden afgebouwd, maar tegenwoordig worden de slepers vaak compleet afgeleverd door Damen-werven in Roemenië, Vietnam, Indonesië of Brazilië. Uiteraard moet een model van een Damen ASD-sleper in het sleepvaartmuseum te vinden zijn. Dat is de Smit Marnegeworden, die echter sedert  2007 in Venezuela dienst doet als Smit Oneida.

Een andere maatschappij die is uitgegroeid tot een factor van groot formaat op sleepvaartgebied is Kotug International te Rotterdam, vroeger meer bekend onder de naam Adriaan Kooren. Directeur van het eerste uur Ton Kooren heeft het bedrijf kunnen uitbouwen tot een internationale onderneming  waarvan slepers niet alleen in Rotterdam dienst doen, maar ook in Hamburg, Bremerhaven en Le Havre. Vooral het penetreren in de door nationale maatschappijen gebarricadeerde Franse markt heeft veel voeten in de aarde gehad, maar het is hen toch maar gelukt. Kooren Shipbuilding and Trading B.V. heeft een eigen ontwerp sleepboot op de markt gebracht, dat door drie draaibare schroeven wordt aangedreven, de zgn. “Rotor-tug”. Een in Zuid-Afrika gemaakt model van de RT Magic van dit type mocht dankzij Ton Kooren in de Maassluise collectie worden opgenomen. Dit soort sleepboten werd onlangs trouwens ook door buitenlandse ondernemingen besteld.

Dankzij neef Kees Kooren, die directeur was van de sleepdienst Jan Kooren, kwam destijds al een model van de Adelaar, een van diens Rotterdamse havensleepboten naar het museum.

smithudsonAan bijna ieder scheepsmodel dat aan de collectie van het museum werd toegevoegd is een verhaal verbonden. Zo werd in september 2005 de expositie ‘Slepers van de werven’ gepresenteerd. Op zoek naar toepasselijke modellen werden er maar liefst drie gevonden bij een machinist die zijn carrière op de slepers van Wilton Fyenoord was begonnen. Twee van zijn modellen moesten weliswaar worden opgeknapt, maar dat namen de modelbouwers van het museum graag voor hun rekening. Het resultaat van de opknapbeurt was dermate indrukwekkend dat de oorspronkelijke bouwer spontaan twee modellen in langdurig bruikleen aan het museum afstond.

Soms blijken er mensen te zijn die hun zelf met zorg gebouwde scheepsmodel aan het museum nalaten. Ook zijn er nabestaanden van modelbouwers die primair aan het museum denken als een model van een van hun dierbaren om een of andere reden niet in hun huiskamers blijkt te passen. Een enkele keer voldoet zo'n model niet aan de kwaliteitseisen die het museum stelt . In dergelijke gevallen is er een aantal mogelijkheden. De eerste optie is, als het model teveel afwijkt van het origineel, het aangeboden model vriendelijk te weigeren. De tweede optie is het model aan te passen aan de hand van de technische bouwtekeningen. De derde optie is het model te verbouwen tot een voor het museum bruikbaar pronkjuweel.

Zo worden regelmatig modellen aangeboden aan het museum van de vierde Zwarte Zee. Dat komt omdat juist van deze fraaie sleper, die wel iets weg had van een jacht, ooit een bouwkit op de markt kwam. Soms echter hebben de bouwers erg veel hun fantasie laten meespelen in de afwerking, waardoor het schip plotseling een andere schoorsteen, kleur, naam of thuishaven blijkt te hebben gekregen. In een dergelijk geval wordt museaal modelbouwer Lou de Boer in de arm genomen, die beoordeelt of er nog iets aan veranderd kan worden. Hij werkt thans aan de transformatie van een Zwarte Zee in het zusterschip Witte Zee. Aangetekend moet worden dat het museum al jaren beschikt over drie modellen van de Zwarte Zee,  waaronder een prachtig professioneel gebouwd model, ooit geschonken door mevrouw Van Beelen, wier echtgenoot, Ir. W. van Beelen, destijds directeur was van de werf die het schip ooit bouwde.

Een fraai model van de Smit Rotterdam is eveneens al jaren in bezit van het museum. Twee soortgelijke modellen werden verbouwd tot resp. SmitWijs Rotterdam(het schip voer toen  voor de gezamenlijke onderneming van Smit en Wijsmuller) en Rotterdam in de gedaante van de rederij Svitzer Ocean Towage, zoals de sleper anno 2009 er uit ziet. Wie denkt dat een dergelijke verbouwing een kwestie is van alleen een andere naam op het schip schilderen heeft het mis. Iedere achtereenvolgende eigenaar stelt zijn eigen eisen aan een dergelijk vaartuig, waardoor er maar al te vaak veranderingen in het uiterlijk ontstaan, die de argeloze liefhebber niet opvallen, maar welke door de museale modelbouwers wel degelijk zijn geregistreerd en op het model worden toegepast.

Bijzondere schenkingen modellen

rebrasTwee schenkers van modellen dienen in dit zeker niet uitputtende overzicht met nadruk te worden genoemd. Allereerst is dat wijlen de heer P.J.D. van der Valk. Deze sleepbootliefhebber en actief Lekko-lid maakte er zijn hobby van om kwalitatief goede modellen aan te kopen en bij hem thuis op te slaan om bij voorkomende gelegenheden volkomen belangeloos uit te lenen aan instanties die daarvoor belangstelling hadden. Zo'n instantie was en is nog steeds het Nationaal Sleepvaart Museum. Toen de heer Van der Valk onverwacht en op relatief jonge leeftijd overleed  bleek hij per testament zijn volledige collectie van ca. 20 modellen aan het museum te hebben vermaakt. Tot op de dag van vandaag wordt er dankbaar van zijn doordachte geste gebruik gemaakt.

Een andere weldoener in dit opzicht is de heer L.P. Krijger. Deze consciëntieuze modelbouwer was ooit eigenaar van een assurantiekantoor. In zijn schaarse vrije tijd bouwde hij modellen van de slepers van Smit, om precies te zijn de typen die in de periode 1938-1965 deel van de vloot uitmaakten. Hij bouwde één model per jaar, strikt aan de hand van de bouw- tekeningen. Een pronkstuk is bijvoorbeeld het model van de motorsleepboot Roode Zee. Het grote origineel werd in 1938 gebouwd en heeft maar 6 jaar gevaren. In 1944 werd het schip, terwijl het een caisson voor de geplande geallieerde invasiehaven in Normandië sleepte, door een Duitse Schnellboot getorpedeerd, waarbij de gehele bemanning van de sleper omkwam. Nog slechts twee jaar geleden kwam er een Engelse bezoeker in het museum, die als jongen van 16 jaar de ramp meemaakte op een Britse sleepboot die vlak naast de Roode Zeevoer. Hij vertelde dat alles zich in luttele seconden afspeelde en hij de roerganger van de Nederlandse sleepboot - die niet in oorlogsgrijs was geschilderd, maar waarvan wel de blauwe band rond de schoorsteen (een kenmerk van de boten van Smit) zwart was geverfd – nog in de stuurhut heeft zien staan. Plotseling, na een enorme explosie, was het schip tot zijn verbijstering geheel verdwenen.  Een dergelijk model heeft uiteraard een bijzondere museale waarde. De totale voormalige Krijger-collectie omvat 11 modellen. De bouwer is nog regelmatig in het museum te vinden als hulpsuppoost.

Boeken, negatieven en documentatie

selendangIn de loop van de tijd is de museale collectie boeken enorm gegroeid. Wat ooit begon als een plank met het in 1948 geschreven boek Lekko !! van de heer L.W.J.H. Goedkoop, is anno 2009 uitgegroeid tot een bibliotheek van formaat, die (na afspraak) door tallozen wordt geraadpleegd. Onder de belangstellenden zijn onder andere maritieme auteurs en familieleden van opvarenden, die graag willen weten wat bijvoorbeeld hun Opa heeft beleefd of op welke schepen hun vader heeft gevaren en onder welke omstandigheden.

Gedurende vele jaren konden dankzij aan het museum gegunde maritieme nalatenschappen vele boekwerken aan de bibliotheek worden toegevoegd. Dat werd nauwkeurig geadministreerd en gerubriceerd door vrijwillig bibliothecaris Willem de Koning, de laatste jaren geassisteerd door Wim v.d. Hoeven. Natuurlijk bevonden zich in die dozen met stapels boeken ook werken die al tot de museumcollectie bleken te behoren. In dit soort gevallen worden die boeken toegevoegd aan het museale antiquariaat, waaruit belangstellenden desgewenst oudere boeken kunnen aanschaffen.

Belangrijke documentatie kon nog recent aan de collectie worden toegevoegd. De nabestaanden van de directie van de Vereenigde Onafhankelijke Sleepdienst te Rotterdam schonken ons veel documenten en foto’s verband houdend met de geschiedenis van de rederij.

In verband met foto- en negatieven verzamelingen moeten beslist de collecties van P.W. Puype, I. Bruinsma, J. Engeltjes, J.Toussaint en J.A. Heijliger worden genoemd.

Deze heren waren verwoede amateurfotografen en/of verzamelaars, waarvan de negatieven en dia's een zeer waardevolle aanvulling voor de collectie beeldmateriaal van het museum betekenden. De heer Bruinsma, machinist bij Goedkoop Havensleepdiensten te Amsterdam schonk bij leven trouwens ook nog een model van de sleepboot Jacob Goedkoop.

Wat het digitale tijdperk heeft gebracht

shamHet zal niet verbazen, dat in het Waterweggebied menig sleepvaartenthousiast is te vinden.

Het digitale tijdperk brengt ongekende mogelijkheden met zich mee. Oude opnamen worden door het museum in eigen beheer gedigitaliseerd en opgeknapt, waardoor het voor fotografen aantrekkelijker wordt hun materiaal ter beschikking van het museum te stellen. Ze blijven namelijk desgewenst eigenaar van hun materiaal, maar dan in digitale vorm. Zo treft men in het sleepvaartmuseum o.a. delen van de collectie aan van Leen van der Meijden, Lekko-man in hart en nieren en nog steeds redacteur van Lekko International. Daarnaast is de diacollectie opgenomen van Ed van der Land uit Nieuwerkerk a/d IJssel, vroeger woonachtig in Maassluis. Oud marconist Ton Nahuijsen uit Wijk bij Duurstede kwam met een verzameling dia's aandragen waarin opnamen van Nederlandse slepers die dienst hebben gedaan vanuit de Antillen.

Bij elke toegang tot de Nederlandse havens hebben zich groepen amateur-fotografen min of meer verenigd om het scheepvaartverkeer op de voet te volgen. Aangezien het museum hun werk niet commercieel uitbuit zijn deze tugspotters bijna zonder uitzondering bereid hun materiaal per e-mail aan het museum te sturen.

Spotters Nieuwe Waterweg

Wat betreft de Nieuwe Waterweg zijn dat o.a. Jacco van Nieuwenhuijzen, die bij Kotug vaart, Ruud Zegwaard, een hobbyist, die vanuit zijn woning op de Nieuwe Waterweg kijkt, Hans Hoffmann, registerloods, voorzitter Stichting Maritieme Collectie Rijnmond die de zeesleper Elbebeheert en restaureert, Ferry van Rijsbergen, URS-man uit Dordrecht, Frans Sanderse, eveneens registerloods, Teun van der Zee en vele anderen. 

Spotters IJmond

In het IJmondgebied hebben de volgende mannen eenzelfde belangstelling: Joop Maréchal, gepensioneerd ICT-er, wonend in Velsen Noord praktisch aan de oevers van het Noordzeekanaal. Ook Willem Koper, die bij Iskes vaart, stuurt regelmatig materiaal in. Jan  Plug, 1e stuurman op een pijpenlegger, en woonachtig in IJmuiden fotografeert ook tijdens zijn reizen. Door hen gemailde foto’s zijn in de collectie van het sleepvaartmuseum opgenomen en worden tijdens deze tentoonstelling in beeld gebracht.

Spotters Zeeland

Richard Wisse, woont in Hoek en heeft als scheepsfotohobbyist een eigen website. Evenals Ricardo van Liere uit Philippine, heeft hij de museumcollectie helpen uitbouwen.

Tugspotters, website voor sleepbootliefhebbers, geeft desgewenst en na verkregen toestemming de namen van fotografen door, die voor hun websiteplaten ter beschikking stellen. Het museum kan deze mensen op zijn beurt dan weer om bijzonder fotowerk vragen.

Ook P. v.d. Vlies, oud-medewerker Rijkswaterstaat, assisteerde bij de expositie over Zeeuwse sleepvaart en heeft menige foto aan de collectie toegevoegd

Ten slotte heeft Henk de Winde, hobbyist uit Breskens, behalve foto' s ook veel documentatiemateriaal aan het museum geschonken. Per elektronische mail wordt nog steeds nieuw werk van hem aan de collectie toegevoegd.

Fotografen Noord-Nederland

In dit verband kunnen ook nog enkele enthousiasten uit het Noorden van het land worden genoemd, waaronder de heer H. Zuur die in Delfzijl (Wagenborg) de scheepsbewegingen fotografisch in de gaten houdt.

Fotografen wonend in het buitenland

Tenslotte is ook in het buitenland menig fotograaf actief om de museumcollectie op peil te houden of zelfs uit te breiden Zo fotografeerde Mike Zelt Smit-slepers in Vancouver, Canada en zoekt Cees Bustraan op Curaçao vrijwel dagelijks de waterkant op. Zijn fraaie platen stuurt hij regelmatig naar Maassluis.

Diverse medewerkenden/fotografen

Het sleepvaartmuseum mag zich gelukkig prijzen thans te kunnen rekenen op de medewerking van een groot aantal individuele incidenteel medewerkenden op fotografisch en documentair gebied. Zo is de heer Teun Blok, werkzaam bij de IHC-werven historisch geïnteresseerd en daar mag het museum van mee profiteren. Henk Marijs, voormalig marconist bij Wijsmuller en thans verbindingsman op booreilanden zorgt nog steeds voor opnamen als er interessante gebeurtenissen kunnen worden vastgelegd bij de platforms waarop hij werkzaam is. Pieter M. Inpijn, voormalig hoofdredacteur Lekko, maakt regelmatig foto’s van binnensleepboten.

G.C. Dijkdrenth, kapitein bij ITC, maakt veel foto's op zijn reizen, terwijl W.J. Maas op Terschelling zijn collectie oude opnamen van Doeksen-schepen scande ten behoeve van de museumcollectie.

thetisZeker geen onbekende is Piet Sinke, voorheen gezagvoerder en bergingsleider bij Smit, thans manager operations bij T & T Bisso te Singapore. Hij fotografeert al sinds zijn 16e overal ter wereld en heeft, naast recente opnamen, ook een aantal oude negatieven en dia' s afgestaan.

Van de heer H.A. Redelaar uit Groningen, fotografisch medewerker van het eerste uur,  mochten wij, wegens zijn helaas teruglopende gezondheid, zijn collectie dia's en negatieven ontvangen. Hij fotografeerde veel in de jaren vijftig, zestig en zeventig.

De heer W. Kamermans, fotografeert vanuit Den Helder en Theo Haak, bergingsdeskundige van Smit, draagt regelmatig spectaculair fotomateriaal aan.

Tot slot noemen wij Hans van der Ster, die overal ter wereld nieuwbouw voor Smit begeleidt en regelmatig materiaal stuurt van nieuwbouwslepers die elders ter wereld zijn gebouwd. Mede dankzij hem werd contact gelegd met Smit Rebras, de Braziliaanse joint-venture van Smit, waar recentelijk een tiental nieuwe sleepboten in de vaart werd gebracht.

Het nationaal sleepvaartmuseum is dus bijna ongemerkt een beetje een internationaal museum geworden.

Opgemerkt moet worden dat van de personen die genoemd zijn in verband met schenkingen gedurende de eerste twee decennia van het bestaan van het museum er anno 2009 velen helaas zijn overleden.

Insiders zullen wellicht nog namen missen van personen die toch ook belangrijk zijn geweest voor de opbouw van de museale collectie. Dankzij financiële hulp van diverse fondsen konden collecties van groot belang worden aangeschaft. Als voorbeeld van een dergelijke verzameling moge gelden  de collectie van wijlen de heer M.M. van der Geer. Hij gold terecht als een expert op het gebied van de Rijn- en binnensleepvaart. Dat tegenover zijn collectie van foto’s, albums, modellen, boeken, curiosa en maquettes een vergoeding moest staan is begrijpelijk. Zijn imposante bijdrage beslaat zelfs bijna een volledige zaal in het museum. In onderstaande toelichting op schenkingen is de van der Geer-collectie niet opgenomen, simpelweg omdat er in dit geval (en ook in sommige andere gevallen) geen sprake was van een rechtstreekse schenking, maar van een door een fonds gefinancierde aanwinst voor het museum.

Aan de fondsen, waaronder het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., het Elise Mathilde Fonds e.a. die in dit soort gevallen bij de opbouw van de collectie van het Nationaal Sleepvaart Museum hebben bijgedragen is zeker bijzondere dank verschuldigd. Ook wat betreft de inrichting en presentatiemogelijkheden heeft het museum vaak bij de fondsen mogen aankloppen als het ging om de financiering van dergelijke zaken.

willianneAlvorens deze tentoonstellingswijzer af te sluiten met een overzicht van donateurs, die gedurende de laatste vijf jaar op enigerlei wijze aan de collectievorming van het Nationaal Sleepvaart Museum hebben bijgedragen, doen wij een oproep aan allen, die denken interessant aan sleepvaart gerelateerd materiaal in huis te hebben. De museumstaf zal het bijzonder waarderen als u op enig moment met hen contact zou willen opnemen om van gedachten te wisselen. Voor interessante objecten is het museum altijd in. Op die manier wordt ons museum…. ook uw museum en daar wordt niemand minder van.

Uw schenkingen en bruiklenen worden vrijwel zeker ‘in dank aanvaard!’

 
Rotterdam, Netherlands:
-3°C
1029mb

13 km/h

   Er zijn al   bezoekers geweest!
© 2010, NSM Maassluis