You need to upgrade your Flash Player This is replaced by the Flash content. Place your alternate content here and users without the Flash plugin or with Javascript turned off will see this. Content here allows you to leave out noscript tags. Include a link to bypass the detection if you wish.

Home
Expositie
In het museum
Contact
Sitemap
Nieuws
Nieuwsbrief
Zoeken
Nationaal Sleepvaart Museum

Piet Smit Jr. in het sleepvaartmuseum

 

Wie kent de naam ‘Piet Smit’ niet? Generaties zijn er in de wijde omgeving van Rotterdam mee opgegroeid. Ze werkten hetzij bij de werf van die naam dan wel bij de sleepdienst, waarvan de stoere sleepboten aan de Westerkade of aan de Parkkade lagen, als ze tenminste even niets te doen hadden. Naast deze bedrijven was er ook nog de Havendienst Spido, op rondvaartgebied een bekende naam tot ver buiten onze grenzen. Ook Spido was ooit eigendom van Piet Smit Jr. Het werd dus hoog tijd dat het Nationaal Sleepvaart Museum te Maassluis aandacht aan deze man en zijn ondernemingen ging besteden, met uiteraard de nadruk op de sleepdienst.

 

Piet Smit Jr. werd in 1848 geboren. Hij was een voor die tijd moderne vooruitstrevende man, die op zijn twintigste naar Amerika ging om daar zich verder te oriënteren in de scheepsbouw, waar zijn familie in de Alblasserwaard en omgeving zich al vele jaren mee bezig hield.  Piet Smit had het best naar zijn zin en wilde eigenlijk niet naar Nederland terugkeren. Omdat zijn ouders al jong gestorven waren kreeg hij een toelage van zijn oom. Die oom was het niet met de ideeën van zijn neef eens en zette de toelage simpelweg stop. Piet moest dus wel naar Nederland terug. Om een langer verhaal in te korten: Piet Smit nam de werf van een andere oom over, moderniseerde het geheel op verbluffend snelle wijze, breidde uit en verhuisde zelf naar Rotterdam. Hij zag iets in stoomsleepboten die in zijn tijd relatief veel geld konden verdienen, want de meeste zee- en binnenvaartschepen waren nog zeilschepen. Kapiteins en schippers maakten maar al te graag van de stoomslepers gebruik om sneller op de bestemming te zijn en om in de havens gemakkelijker te kunnen manoeuvreren. Piet Smit had al snel een vloot van vijf sleepboten, zag een concurrent onderuit gaan en verdubbelde zijn vloot door de slepers van zijn mededinger voordelig aan te kopen. In 1877 richtte hij de ‘Slikkerveersche Sleepdienst’ op, waarvan hij de naam in 1889 liet wijzigen in ‘Sleepdienst van P.Smit Jr.’. Kenmerk van zijn sleepboten was een gele band rondom de zwarte schoorstenen met een letter erin, die overeenkwam met de beginletter van de naam van de sleper. Vandaar de naam van de tentoonstelling: ‘De Geelbanders’.

 

Rond 1910 beschikte de sleepdienst van Piet Smit Jr, die inmiddels aan de Boompjes in Rotterdam was gevestigd, over tenminste 60 sleepboten. Die verrichtten niet alleen havenassistenties, maar sleepten ook binnenvaartschepen, die nog geen eigen voortstuwing hadden door het hele land tot zelfs in België en Zeeland toe. In 1912 achtte Piet Smit de tijd gekomen om zijn bedrijven van de hand te doen en een rustiger leven te gaan leiden. De gelukkige koper werd D.G. van Beuningen, een groot industrieel met talloze belangen, o.a. in de Steenkolen Handels Vereeniging. Piet Smit overleed helaas binnen een jaar na de overdracht van zijn bedrijven.

Daniël van Beuningen bracht meer structuur in de sleepdienst, maar liet de feitelijke leiding over aan twee directeuren, die zich al jong in het vak van de slepers hadden bekwaamd.

Zij zorgden voor modernisering en uitbreiding van de vloot, zelfs in economisch moeilijke tijden.

De werf had in die tijd een geweldig kundige reputatie. Men bouwde o.a. vrachtschepen voor Finland, die zo goed bevielen dat de Finnen een order wilden plaatsen voor een technisch geavanceerde grote ijsbreker die de vaarweg naar de havensteden op een dichtgevroren Oostzee zou kunnen openhouden. De Piet Smit werf was in zijn aanbieding behoorlijk te duur, maar wist overheidssteun te verkrijgen omdat men anders mensen zou moeten ontslaan.  Zo ging de order niet verloren en werd de Jääkarhu (betekent ‘ijsbeer’) in 1926 in Rotterdam gebouwd. Een prachtig model siert de expositie.

Terzelfder tijd werd er ook een kleinere ijsbreker/sleepboot voor Rotterdam en de vaderlandse  rivieren gebouwd. Dat werd de Siberië, in dienst gesteld in 1926. Het schip was uitgerust met een stoommachine van 600 pk,. In die tijd was het de krachtpatser van de Rotterdamse haven, die daarom al gauw de bijnaam ‘De Beer’ verwierf. Ze bewees in de strenge winter van 1929 al snel haar mogelijkheden, want tot ver op de Waal werd door dit schip onder veel belangstelling het ijs gebroken.

Zelfs in de crisisjaren dertig kwamen voor Piet Smit nog nieuwe sleepboten van de hellingen, o.a. de Linge, de eerste motorsleper. Die bleek kostenbesparend, want er waren geen stoomketels nodig, die ook tijdens het stilliggen onder druk moesten worden gehouden. Dat bespaarde veel brandstofkosten. Ook waren er geen stokers meer aan boord.

 

In de Tweede Wereldoorlog ging het slecht met het hele land, dus ook bij de sleepdienst. Slepers werden gevorderd en verdwenen soms uit het zicht of zonken in buitenlandse havens.

Enkele voerden in 1944 reizen uit met sleepschepen naar het Noorden van het land om de hongerende randstadkinderen aan boord daar de gelegenheid te bieden aan te sterken. Sleepboten als de Siberië werden verstopt in de Biesbosch, maar moesten na levensbedreigende dreigementen en op last van de bezetter weer te voorschijn worden gehaald. Op de dag van de bevrijding was er eigenlijk nog slechts één sleepboot vaarklaar.

 

Na de oorlog werden aanvankelijk de oude stoomslepers opgelapt. Sommige moesten eerst gelicht worden, omdat ze op verschillende locaties tot zinken waren gebracht. In de jaren vijftig werd een ambitieus nieuwbouwprogramma uitgevoerd en kwamen er geelbanders met sterke motoren en een revolutionair uiterlijk. Ook voor sleepkarweien waarvoor minder kracht was vereist kwamen nieuwe series motorsleepboten. Als sluitstuk van het nieuwbouw-programma, met name voor de vaart op de rivieren, werden er 13 slepers gebouwd met een vermogen van 150 pk, die de bijnaam “vliegende schotels” kregen, omdat ze zo snel en wendbaar waren.

In de jaren zestig en zeventig werd Piet Smit ingehaald door de tijd. De duwvaart deed haar intrede, Europoort werd gebouwd, zeeschepen werden groter, boegschroeven deden hun intrede, kortom: minder sleepboten waren nodig. De omstandigheden leidden tot een integratie van de Rotterdamse sleepdiensten, waar tenslotte Smit Internationale als winnaar uit te voorschijn kwam. Vanaf 1976 verdwenen de laatste geelbanders uit de havens en werd het bekende gele schakelembleem ingevoerd.

 

Ook de werf moest inkrimpen en kwam tenslotte terecht in het Rijn-Schelde-Verolme concern, waarvan de rampzalige afloop bekend mag worden verondersteld. Als laatste tak van  het Piet Smit-concern overleefde de Havendienst Spido, die als Spido B.V. via een management buy out een nieuw leven ging leiden. Nieuwe fraaie salonboten werden gebouwd en bleken in een behoefte te voorzien. Ook daarvan zijn oude en nieuwe foto’s in de expositie opgenomen met zelfs een fraai model van de salonboot die ooit het vlaggenschip was van het rondvaart- en watertaxibedrijf.

 

Piet Smit, het blijft een naam die nog steeds bij velen herinneringen oproept. De ingewijde bezoekers van het Nationaal Sleepvaart Museum te Maassluis zullen bij het zien van de tentoonstelling, die tot 15 april 2012 duurt, wellicht een traantje moeten wegpinken. Dat hoort bij een nostalgische expositie.

 
Met ingang van 1 januari 2012 is bij wijze van proef het museum voor een half jaar geopend van 13.30 uur tot 16.30 uur.
 

Het begin van de Tweede Wereldoorlog ligt alweer meer dan 70 jaar achter ons. Ondanks alle rampen die de mensheid sedertdien hebben getroffen, leeft die oorlog nog volop in de samenleving en zeker niet alleen bij oudere mensen. Denk in dit verband maar eens aan de ‘brandgrens’ als gevolg van het bombardement van Rotterdam. Het markeren van die grens is met veel belangstelling ontvangen. Jongeren hadden zich tot dan toe niet eerder gerealiseerd dat bijna het gehele centrum van Rotterdam in mei 1940 door brand en bommen werd vernietigd.

Stoomloodsvaartuig no 19

Op 11 mei 1940 liep het Stoomloodsvaartuig no 19, deels geladen met goud en van Rotterdam op weg naar Hoek van Holland, tussen Vlaardingen en Maassluis op een Duitse mijn. Een enorme ontploffing volgde die tot in Maassluis de ramen deed rinkelen. Op dat rampzalige moment kwam een groot deel van de bemanning, grotendeels bestaande uit loodsen of aspirant-loodsen, om het leven. De gebeurtenis had een grote impact in de gemeenschap van Maassluis, waar de meeste slachtoffers woonden. De begrafenissen werden door veel collega’s en talloze belangstellenden bijgewoond. Tot verbijstering van de aanwezigen was ook een Duitse marine-officier aanwezig bij de ter aardebestelling in Vlaardingen van enkele Engelse militairen van een vernietigingsploeg die ook aan boord waren. Onbeschaamd eigenlijk.

De echtgenotes van de omgekomen Maassluizers kregen nauwelijks gelegenheid om te rouwen, want het was oorlog en er moest brood op de plank komen. Hun kinderen werd medegedeeld dat Pappa nooit meer terug zou komen en dat was het dan. Geen wonder dat juist die kinderen vele jaren later behoefte hadden aan een passende herdenking, tenslotte behoorden hun vaders tot de eerste oorlogsslachtoffers. Verleden jaar heeft die herdenking dan ook op indrukwekkende wijze op de begraafplaats in Maassluis plaatsgehad. Het idee werd toen geboren om een expositie te wijden aan de gebeurtenissen op de Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas in de meidagen van 1940 met de nadruk op de ondergang van de loodsboot.

Torpedobootjager Van Galen

De achtergrond van de volkomen mislukte reis van de loodsboot en vooral haar gevolgen zijn niet in een paar zinnen te vertellen. De finesses zijn fascinerend en werden uitgewerkt in de expositie. De autoriteiten zagen de oorlog aankomen en wilden de goudvoorraad van de Nederlandsche Bank in veiligheid brengen. Het bijkantoor van die bank aan de Boompjes te Rotterdam had een aanzienlijke voorraad van het kostbare edelmetaal in de kluizen liggen. De loodsboot werd aangewezen om het goud naar Hoek van Holland te brengen waar een Engels oorlogsschip klaar lag om de lading over te nemen. Dat plan bleek te ambitieus, omdat de ontploffende mijn er een voortijdig einde aan maakte. Het vaartuig brak in twee stukken, waarbij het achterschip het voorschip passeerde. Het goud kwam op de bodem van de Nieuwe Waterweg terecht.
opgedokengoudIn de loop van 1940 werd een deel van het edelmetaal door duikers boven water gebracht. Later werd een enkele goudbaar door baggeraars heimelijk ten eigen bate verkocht, maar natuurlijk werd dat ontdekt, met alle gevolgen vandien. Na de oorlog werd een groot deel van het goud in Zwitserland getraceerd en aan de Staat der Nederlanden teruggegeven. Er zijn echter nog steeds goudstaven zoek. Daar zijn allemaal verhalen over in omloop, die nauwelijks op waarheidsgehalte kunnen worden gecontroleerd.

De gebeurtenissen in Rotterdam waren niet minder indrukwekkend. Bij de strijd om de Maasbruggen werden o.a. de marinevaartuigen TM51 en Z5 betrokken. De Van Galen, een torpedobootjager, haalde het strijdtoneel niet. Zij zonk in de Merwehaven na door Duitse Stuka’s te zijn bestookt. De Z5 nam wel deel aan de gevechten en ontsnapte naar Engeland.

Sleepboten waren onvoldoende beschikbaar om in aanbouw zijnde Nederlandse oorlogsbodems naar Engeland te slepen, maar in één geval lukte dat wel. De Isaac Sweers werd door de Zwarte Zee in veiligheid gebracht. Twee oorlogsschepen, die al bij de RDM te water waren gelaten, werden in de Nieuwe Waterweg door de marine en werfpersoneel tot zinken gebracht en moesten na de capitulatie worden geborgen. De expositie laat daar beelden van zien. Twee Nederlandse zeesleepboten en hun bemanningen werden in 1940 slachtoffer van mijnen. In de loop van de oorlog werden door de Duitsers blokkadeschepen in de Nieuwe Waterweg bij Maassluis tot zinken gebracht. Na de oorlog moesten ze worden opgeruimd. Al deze gebeurtenissen worden aangehaald om de lotgevallen van de loodsboot en haar bemanning in de context van die tijd te kunnen laten zien.

De expositie "Rampzalig Goudtransport" is te zien in het Nationaal Sleepvaart Museum, Hoogstraat 1-3 te Maassluis vanaf 11 mei tot en met 2 oktober 2011.

 
Wij begroeten u graag als donateur, want onze stichting kan uw financiele ondersteuning best gebruiken. Immers onze Stichting draait op vrijwilligers, wordt niet gesubsidieerd, dus u begrijpt dat de donaties voor ons het levensbloed zijn voor de continuiteit van ons museum, dat toch als uniek en hoogwaardig kwalitatief mag worden beschouwd.

Graag verzoek ik u dan ook uw bijdrage te willen overmaken op onze rekening bij de ING onder nummer 4161700. Het is zinvol om te weten dat wij een ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling) zijn, hetgeen betekent dat uw donatie als gift in aanmerking komt voor fiscale aftrek.

 

Het Nationaal Sleepvaart Museum is elke dag geopend van 13.30 uur tot 16.30 uur. Op maandag is het museum gesloten, evenals op oudejaarsdag, nieuwjaarsdag, 1e Paasdag, 1e Pinksterdag en 1e Kerstdag.
Op 2e Paasdag en 2e Pinksterdag is het museum wél geopend, evenals op 2e Kerstdag.

 
Entree:
Volwassenen EUR 4,-
Kinderen jonger dan 12 jaar EUR 2,-
65+ en CJP EUR 2,-
Museumkaart Gratis toegang


Het Nationaal Sleepvaart Museum is sinds mei 2007 beschikbaar als trouwlocatie. Hiermee is de (voormalige) trouwzaal van de gemeente Maassluis weer in ere hersteld.


 

img_0030aOp de eindejaarsbijeenkomst op 11 december 2009 van het Nationaal Sleepvaartmuseum in Koningshof Maassluis waar het dertig jaar bestaan van het museum werd gevierd, werd door de Burgemeester van Maassluis aan drie vrijwilligers: Willem de Koning, Cees Dubbeld en Gerard Fransen de onderscheiding Lid in de Orde van Oranje Nassau uitgereikt wegens hun vele verdiensten voor het museum.

 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 4

  
© 2012, NSM Maassluis