Wisseltentoonstelling 73: Sleepboten in oorlogstijd (2)


Het was eind 1983 toen het Nationaal Sleepvaart Museum te Maassluis aandacht besteedde aan hetgeen sleepboten en hun bemanningen in de Tweede Wereldoorlog hebben beleefd. Het werd de op één na best bezochte expositie in de geschiedenis van het museum.
Nu, 37 jaar later, is een nieuwe generatie museumbezoekers opgestaan, die bovendien minder weet van die zwarte periode in de wereldgeschiedenis, zeker op maritiem gebied. 75 jaar na de bevrijding is het dus alleszins gerechtvaardigd opnieuw aandacht aan de oorlog op zee te besteden. De laatste 20 jaar zijn bovendien archieven open gegaan die voorheen gesloten waren. We weten nu meer van de sleepvaart in de periode 1939-1946.
In de periode voorafgaand aan mei 1940 was sprake van een voorbereiding op de oorlog. Wat de slepers betreft betekende dit dat ze van lichte bewapening werden voorzien, werden opgeëist door de regering als bewakingsvaartuig en her en der in de zeegaten patrouilleerden. Dat leek een saaie bezigheid, maar het was gevaarlijker dan menigeen dacht. De bemanning van de BV 34 (bewakingsvaartuig 34, alias de ex Noordzee) heeft dat aan den lijve ondervonden. Hun schip liep bij Zoutelande op een mijn en verging, waarbij de gehele bemanning, op de stuurman na, omkwam.
Kort na het uitbreken van de oorlog in mei 1940 werden veel sleepboten, die zich nog in vaderlandse wateren bevonden vanwege onderhoud of reparatie, door de Nazi’s in beslag genomen. Dat gebeurde regelmatig eigenlijk vrijwel de hele oorlog door en soms werden ze tijdelijk teruggegeven. Er werd wel een dagtarief afgesproken, dat vergoed werd door de bezetter.
Het aantal binnengelopen zeeschepen in Rotterdam en Amsterdam decimeerde. Er was dus weinig werk voor de sleepboten en dat had gevolgen voor de bemanningen, die op wachtgeld werden gezet.
Een aantal sleepboten vertoefde tijdens het uitbreken van de oorlog in het buitenland. De kapiteins van die schepen stelden zonder uitzondering hun schip en bemanning ter beschikking van de geallieerden. Vooral de Hudson (die nu nog als monument bij het museum ligt), de Zwarte Zee (III), de Schelde en de Thames hebben opvallende prestaties geleverd, zoals bijvoorbeeld een brandend munitieschip met alle risico’s van ontploffing buiten de haven van Algiers slepen. Gezagvoerders als resp. Ben Weltevreden, Teun Vet, Jan Kalkman en Barend ’t Hart werden zowel nationaal als internationaal onderscheiden. De bemanning van de sleepboot Roode Zee verzocht zelf om aan de bevrijding van Nederland te mogen bijdragen. Ze werd van Bermuda naar Engeland gedirigeerd helaas met fatale gevolgen. Tijdens het verslepen van een caisson voor de invasiehavens werd het schip bij Zuid-Engeland getorpedeerd, waarbij de gehele bemanning omkwam. Een recent gemaakt schilderij dat de situatie vlak voor de torpedering laat zien werd speciaal voor de expositie door Frans Malschaert gemaakt. Het bericht van de ondergang sijpelde in 1944 door naar Maassluis, dat in rouw werd gedompeld. We weten nu hoe snel het zinken in zijn werk ging, omdat een jong bemanningslid van een andere sleper het van nabij gezien en enkele jaren geleden nog aan de staf van het museum verteld heeft. Het was een kwestie van seconden.
We weten ook meer van een deel van de in Nederland gebleven slepers, die deels werden ingedeeld bij de zgn. Zeereddingsdienst, later ook bij het Bergungsschiffe Verband. Het waren schimmige organisaties die eigenlijk spionagewerk voor de Nazi’s verrichtten.
Het duurde tot eind 1945 voordat alle in geallieerde dienst geweest zijnde slepers naar de thuishaven waren teruggekeerd. Her en der in Noord-Europa moesten in beslag genomen slepers worden opgespoord en teruggehaald, waarna getracht werd ze te repareren. Vooral Amsterdamse havensleepboten hadden veel te lijden gehad.
Heel veel sleepboten gingen verloren in de Indische Archipel, waar tot de Japanse inval onder Nederlandse vlag werd gevaren met als thuishaven Batavia.
U ziet en leest er alles over in de expositie “Sleepboten in oorlogstijd”(2). Uw bezoek zal zeer worden gewaardeerd.
Door de Corona problematiek is het museum vanaf 25 juli a.s. voorlopig alleen op woensdag- en zaterdagmiddag van 13.30 tot 17.00 uur open. Toegang via de ingang Hoogstraat 1, Maassluis.

Door onderstaande link aan te klikken verschijnt de tentoonstellingswijzer, die u vervolgens kunt openen en lezen: